Geschiedenis

De geschiedenis van voltige

Voltige is een heel oud begrip. Er zijn rotsschilderingen gevonden in Zuid-Scandinavië van een persoon staande op een dier, deze rotsschilderingen zijn waarschijnlijk gemaakt in het Bronzen Tijdperk. Ook in Afrika zijn rotstekeningen gevonden uit de Griekse Oudheid die aangeven dat voltige al eeuwen lang bestaat. In de Renaissance werd voltige een vorm van paardrijtraining voor ridders en edelen. Toen kreeg de sport pas een echte naam: ‘la voltige’. Van dit franse woord is de huidige naam voltige afgeleid.

Tot de 20e eeuw werd in het leger gebruik gemaakt van verschillende vormen van voltige. Vooral het op- en afspringen werd veel geoefend. Paarden waren te duur om voor de trainingen te gebruiken en daarom gebruikte men tafels en banken om op te oefenen. Later werden er speciale houten paarden voor gemaakt.

In de 18e eeuw werd voltige beoefend om het publiek te vermaken, het kreeg toen een amusementsfunctie. Het publiek hield vooral van spectaculaire uitvoeringen. De paarden moesten daarom zo snel mogelijk galopperen op een rechte lijn, waarbij de voltigeurs hun kunsten lieten zien. Deze vorm van voltige is nog steeds erg bekend in Frankrijk en Amerika onder de naam trick riding.

In 1769 bedacht Philip Astley dat het voor het paard en de voltigeur makkelijker was als het paard aan een lange lijn cirkels galoppeerde.

In het circus wordt nu ook nog steeds een soort voltige gedaan, maar dit lijkt niet echt op het wedstrijdvoltige van tegenwoordig.

In 1950 werd voltige in Duitsland zo populair dat er regels werdengemaakt en wedstrijden werden georganiseerd. In 1983 werd voltigeerkend als een officiële sport. In 1984 werd het eerste EK voltigegehouden en in 1986 het eerste WK.

Bij voltige stond het paard en het ontwikkelen van een goede techniek voor het paardrijden centraal. Later werd er veel aandacht geschonken aan spectaculaire oefeningen, waardoor het er niet veiliger op werd. Dit leidde tot hevige discussies, vooral onder echte paardenmensen. Zij vonden dat bij voltige het paard als middel werd gebruikt en niet als doel. Daarom zijn er een aantal regels in het regelement aangepast. De uitvoering van de oefeningen tellen nu twee keer zo zwaar mee als de moeilijkheid van de oefeningen. Ook worden de paarden strenger gekeurd, zodat voltige voor het paard ook leuk blijft.

Op 2 oktober 1972 is voltigevereniging ‘De Eemsrakkers’ opgericht. Zonder eigen paarden, zonder een eigen onderkomen, maar wel met acht leden onder leiding van de dolenthousiaste instructeur R. Mulder. De vereniging ging van start in de schuur van een petroleumboer aan de Westersingel in Appingedam. Nadeel was echter wel dat elke zaterdagmiddag, wanneer er gesport kon worden, de ouders eerst zand in de hal moesten storten. En dat dat aan het eind van de middag weer weg moest worden geschept. Maar een nog groter nadeel was dat de kinderen na een middagje voltige allemaal naar petroleum stonken. Omdat dit geen ideale locatie was, werd er na een paar week door de eigenaar van hotel de Boer uit Holwierde, een boerenschuur ter beschikking gesteld aan de vereniging. Deze schuur was gevestigd achter het hotel. Hiernaast zie je een afbeelding van deze boerenschuur. De afbeelding komt uit een krant van 22 augustus 1979. De nieuwe locatie bleek succes te hebben, want na twee maanden waren er al 50 kinderen lid. Elke woensdagmiddag en zaterdag oefenden de leden met drie pony’s. De locatie was echter te klein, zodat er alleen in stap en draf geoefend kon worden. Toch was er ondanks dit veel belangstelling voor voltige en in 1978 telde de vereniging al ruim 120 leden. Intussen keek de vereniging uit naar een nieuwe locatie voor een echte manege. Op 10 november 1980 kwam de wens van de vereniging eindelijk uit en werd er gestart met de bouw van een nieuwe manege op het sportveldencomplex ‘Katmis’ te Holwierde (zie afbeelding). De nieuwe manege kon uiteindelijk feestelijk geopend worden op 25 april 1981. Men had toen de beschikking over een oefenruimte van
400 m2 en er kon geoefend worden op drie pony’s en één paard. In de jaren die volgden had de vereniging veel
succes, ook op wedstrijden. In 1986 kreeg de vereniging de beschikking over
een eigen buitenring.

Vanwege een toenemende vraag naar lessen uit een ruime omgeving, werd er in 1990 besloten om de manege uit te breiden van 400 m2 naar 800 m2. Er kwam daarmee niet alleen meer oefenruimte, maar ook meer stallingsruimte voor de paarden. De vereniging had in die tijd drie pony’s en twee paarden.
Op 3 november 1990 werd de vergrote binnenbak officieel in gebruik genomen door de inmiddels 160 leden van de vereniging.

In de jaren die volgden zijn er geen grote veranderingen geweest in en rondom de manege. Wel heeft de manege de stallen uitgebreid met 4 grote nieuwe paardenstallen. Deze zijn voorzien van een buitenluik. Daarnaast zijn de oude stallen zo aangepast dat al onze paarden en pony’s in grote stallen staan. Verder zijn er wel een aantal noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd, zoals het plaatsen van een nieuwe bakrand, het vervangen van het zand in de bak, het plaatsen van nieuwe lichtplaten, is de kantine opgeknapt en is de verlichting in en rondom de manege vervangen voor duurzame LED verlichting.

Het ledenaantal ligt de laatste paar jaar op ongeveer 110 leden. Er is beschikking over twee pony’s en vijf paarden.